alle kracht is aantrekkingskracht

Een vriend van mij schreef een studieboekje met de poëtische titel die ik leen voor deze column. Voor gebouwen klopt deze stelling bijna. We moeten de zwaartekracht overwinnen om een gebouw niet te laten instorten.

Kolommen die bezwijken, doen dat altijd door krom te gaan staan onder hun belasting. Duw op een satéstokje, let op de punt naar beneden!, en je ziet het effect.

Knik heet dat in vakjargon. Als ze niet zouden knikken konden ze vele malen meer torsen.

Als je iets ophangt heb je nooit last van knik.

Er zijn gebouwen waar de verdiepingsvloeren hangen aan het dak. Een stevige kern duwt vanaf de fundering naar boven om tegendruk te geven aan de belasting van  het hele gebouw via dit dak.

Zo maken de krachtenlijnen wel een enorme omweg, eerst helemaal omhoog en pas dan naar beneden. In mijn vorige column zat al een pleidooi voor de prettigste- in plaats van de snelste weg, Dat mijn trainer Tim bij Krauthammer een dag erna een soortgelijk pleidooi hield, dat kan geen toeval zijn.

Over de onlogica om niet de snelste krachtenweg te nemen hoef je je dus geen zorgen te maken. Het mag. Bovendien kun je, ondanks de omweg, toch op materiaal besparen.

Ik zag eens in Parijs een toren op deze manier geconstrueerd. Mooi zijn manier van construeren duidelijk tonend.

In Uithoorn staat een kantoortje, van de verder gesloopte IBM-complex, dat tot monument verklaard is vanwege de toepassing van deze constructiemethode.

Ik ging er kijken van het weekend, het werd een deceptie.

De draagstangen konden ook gewoon als kozijnstijlen gelezen worden en van de overdracht bij het dak naar de kern was niets te zien. Niks geen mooie zichtbare expressie van zijn constructie.

Stiekem moest ik even denken aan het meest ingenieuse bouwsel met spandraden dat ik ken. De toren van kunstenaar Kenneth Snelson in de beeldentuin van het Kröller Müller museum op de Hoge Veluwe. Een wonder van constructie en de expressie daarvan. Een gestalte van draagstangen die elkaar niet raken en op hun plaats gehouden worden door een wirwar aan staalkabels. Als ik er ben duw ik er altijd even tegen aan, om te voelen of het wel echt is,. Het ziet eruit alsof het onmogelijk kan bestaan, het lijkt te zijn opgehangen, de zwaartekracht tartend. Het zullen luchtankers wezen.

Naast Uithoorn ligt gelukkig Mijdrecht en er is naast de zwaartekracht is er ook een kracht die verlicht.

In Mijdrecht staat ook dat geweldige Johnson Wax gebouw van architect Maaskant. Die prachtige boemerangvorm zwevend boven het water op slechts enkele fantastisch dikke kolommen.

Die massieve hoeken, waar je ze open zou verwachten, hoe die pui al eerder de hoek om gaat, zodat er tussen kantoor en massieve hoek, een klein stukje met alleen lucht is. Heerlijk.

Het is het enige gebouw dat ik heb onthouden uit mijn kindertijd van de route tussen Bennebroek en Italië, onze vakantiebestemming.

Ik voel opnieuw de opwinding die ik als klein jongetje ervoer in de vroege ochtend met mijn zus op achterbank van onze Fiat. Weer op weg naar een spannend vakantieavontuur.

Er is nog een opwinding in me, de beroering van het oog in oog staan met een ogenschijnlijk compromisloos gebouw. Alsof er niet eerst de vraag was, maar het zuivere verlangen dit hier te gaan bouwen de drijfveer was.

Verlicht door de aantrekkingskracht van dit gebouw op mij, loop ik zachtjes fluitend verder. Het voelt een beetje alsof ik zweef.

 

ibm uithoorn
snelson
snelson toren