een nieuwe buurt

 

Laatst ontdekte ik op internet het bestaan van een boekje “De fossielenroute door Amsterdam”. Het is geschreven door geologe A. van Roekel die alle interessante fossielen in de hardstenen stoepranden van Amsterdam heeft gelokaliseerd en beschreven. Geweldig dat iemand in een stad met zoveel afleiding haar blikveld alleen op stoepranden gericht weet te houden. Het zal jullie niet verbazen dat ik het meteen besteld heb.

Vorige week moest mijn woonschip “Jonas” tijdelijk haar plekje aan de Brouwersgracht verruilen voor eentje op de scheepswerf, in Amsterdam-Oost. Tijd voor haar periodieke keuring, bijbehorende laswerkzaamheden en teerbeurt. Overdag moest ik, vanwege het gevaar bij het lassen, als brandwacht aanwezig zijn. Mijn elektra is keurig aangesloten, gas moet ik op mijn boot ontberen net zoals een rioolaansluiting. Er is gelukkig een wc op het terrein.

Ik besluit ook ’s nachts op mijn boot te blijven wonen.

 

 “De fossielenroute” ligt ongetwijfeld in mijn groene brievenbox, maar door mijn verhuizing, heb ik daar even geen toegang toe. Ik laat me toch door het nog ongelezen boekje  inspireren om ook een heel klein facet van de stad te laten zien:  mijn nieuwe tijdelijke woonomgeving.

 

Ik neem jullie mee op een wandeling op zoek naar magnetronmaaltijden.  Ik loop de hoge gammele trap naast mijn boot af, de werf over en rechts de Hoogte Kadijk op.Een straat met gevarieerde bebouwing, zowel in hoogte als in leeftijd.Ik zie kleine huisjes die een gemeenschappelijke trap hebben zodat ze haast de formele entree krijgen van een luxueus grachtenpand. Alleen de drie deuren verraden de benauwde woningen erachter.

 

Op dichtgespijkerde panden verderop is een kunstproject, waarbij foto’s van bewoners in hun huiskamer zijn gemaakt en deze worden nu als prachtige grote posters voor de dichtgetimmerde ramen geëtaleerd. Veel leuker toch dan underlayment.

Rechts zie ik nieuwbouw uit 1998 van strakke baksteen gevels met, in het oogspringende, witte raamomlijstingen van wat je bovenlichten zou kunnen noemen. Het heeft iets weg van de Amsterdamse school met zijn donkerbruine baksteen en zijn stevige witte kozijnen. Maar geen Amsterdamse school te herkennen hier. Toch harmoniëren huizen vreemd genoeg wonderwel in hun omgeving. Nemen ze het dwingende ritme van de raampartijen over? Ik weet het niet precies. Misschien is dat altijd wel het leukste, iets bewonderen zonder het helemaal te snappen.

 

 Aan het eind van de straat stuit ik op een water. Ik kijk rechts en zie het Nemo, het Muziekgebouw aan het IJ en verderop Centraal Station.Hier ga ik geen supermarkt vinden vermoed ik en ik maak rechtsomkeert via een parallelroute, het Entrepotdok. Links van me zie ik de enorme rij repeterende pakhuizen van het entrepotdok. Rechts ligt een gracht.

 

De oorspronkelijke panden waren zo diep dat het middenstuk gesloopt kon worden zodat er een binnenstraat met nieuwe gevels kon ontstaan, met behoud van de oorspronkelijke buitengevels. Een microstraatje in mijn nieuwe kleine buurtje.

 

Rechts aan de overkant van het water ligt  Artis, ik zie de gemzen rustig wat grazen. Vroeger voordat Artis uitbreidde, was het een in onbruik geraakt rangeerterrein waar stadsnomaden woonden. In caravans, maar ook in hutten konden zij het brullen van de leeuwen aan de andere kant van de blinde muur horen.

Dan staat er het prachtige, per verdieping ietsje terugspringend, woongebouw “Aquartis” uit 2001. Het gebouw heeft een historische muur in zich opgenomen. Het staat er met een fantastische vanzelfsprekendheid. Die prachtige lengte, met een gedeelte dat naar een nog grotere hoogte reikt en dat alles met uitzicht op de dierentuin.  Maar wacht…..daar is de Albert Heijn!

 

 Na de supermarkt kom ik nog langs een frivool dubbelpand met zwaar omrande verspringende raampartijen. Dan over het ophaalbruggetje en het hek door de werf op. Leuk, even mijn tijdelijke buurtje verkend en het voelt al meteen vertrouwd. Daar ligt de W.S.Jonas, haast statig op het droge. Een overblijfsel uit vergane tijden op een plek waar ze helemaal niet hoort.  Eigenlijk net een fossiel, alleen kan zij straks weer lekker dobberen op de golven en doen alsof ze leeft.

 

 Bijna ga ik aan boord, maar eerst even naar het toilet, dat scheelt weer twee keer die afschuwelijke trap.